Short link: https://short.pageviewpro.com/ZaNIbm
Het is bovendien niet alleen een kwestie van uitzicht; het neemt een bak ruimte in en geeft een benauwd gevoel in de straat. De oprit van de buren grenst direct aan de zijmuur van zijn huis, waardoor hij vanuit zowel de woonkamer als de keuken constant zicht heeft op die kolos. Het voelt voor hem alsof hij naar een blinde muur staart in plaats van naar een open straat. In zijn ogen is een oprit bedoeld voor kort gebruik, niet als vaste stalling voor zulke grote objecten.
Hij denkt nu na over wat hij kan doen. Hij heeft al uitgezocht of er wijkafspraken of gemeentelijke regels zijn over het langdurig parkeren van caravans in woonwijken. Ook overweegt hij om nog eens rustig met zijn buren te praten en te vragen naar een andere oplossing. Maar hij zit ermee in zijn maag: hij wil geen bonje in de straat, terwijl het vooruitzicht om nog jaren tegen die caravan aan te kijken hem stress geeft.
Het dilemma van Kees
Hij snapt best dat je je caravan graag dichtbij houdt en dat stalling geld kost en gedoe is. Toch vindt hij dat het straatbeeld ook voor de rest van de buurt prettig moet blijven. Voor hem draait het om wederzijds begrip, en hij vraagt zich af waarom zijn buren dat niet zo lijken te zien. Moet hij het nog een keer aankaarten, of wordt het tijd om de gemeente in te schakelen?
